Deense viskoekjes van witte vis
Fiskefrikadeller zijn klassieke Deense viskoekjes, meestal gemaakt van witvis zoals kabeljauw, schelvis of koolvis. De vis wordt fijngehakt of gemalen en gemengd met ui, ei, bloem en melk tot een zacht mengsel, dat vervolgens in boter goudbruin wordt gebakken.
Ze worden in Denemarken warm gegeten als hoofdgerecht, maar ook koud op roggebrood als lunch.

Fiskefrikadeller – voor 4 personen
Ingrediënten
- 600 g stevige witvis, bijvoorbeeld kabeljauw, schelvis of koolvis
- 1 kleine ui, zeer fijngehakt of geraspt
- 1 ei
- 3 el bloem
- 100–150 ml melk
- 1 el aardappelmeel of extra bloem, optioneel
- 1 el fijngehakte dille of peterselie, optioneel
- zout
- witte peper of zwarte peper
- 40 g boter
- 1 el olie

Bereiding
Maak het vismengsel – Controleer de vis zorgvuldig op graatjes en dep goed droog. Hak de vis heel fijn met een mes of pulseer kort in een keukenmachine. Het mengsel mag fijn zijn, maar hoeft geen volledig gladde mousse te worden. Doe de vis in een kom en voeg ui, ei, bloem, zout en peper toe. Meng goed en voeg daarna beetje bij beetje de melk toe, tot je een zacht maar nog schepbaar mengsel hebt. Als het erg los lijkt, voeg dan nog een beetje aardappelmeel of bloem toe. Laat het mengsel 15–20 minuten rusten in de koelkast.
Vorm de fiskefrikadeller – Verhit boter en olie in een koekenpan op middelhoog vuur. Maak met twee lepels ovale quenelles of kleine platte koekjes van het vismengsel. Het mengsel is zachter dan gewoon gehakt; dat hoort zo.
Bak goudbruin – Bak de fiskefrikadeller in porties ongeveer 3–4 minuten per kant, tot ze goudbruin zijn en van binnen net gaar. Zet het vuur niet te hoog; de buitenkant moet kleuren zonder dat de binnenkant uitdroogt.
Serveren – Fiskefrikadeller worden traditioneel vaak geserveerd met gekookte aardappelen, remoulade, citroenpartjes, komkommersalade of roggebrood
ClassicCuisine-tip
Gebruik liever zeer verse witvis en hak die zelf fijn in plaats van kant-en-klaar gemalen vis. Dan blijft de structuur mooier en smaken de fiskefrikadeller frisser.
Het beslag moet ook niet te stevig zijn. Een wat zachter mengsel geeft de typisch malse Deense textuur.