Papanași

Roemeense kaasdonuts met zure room en jam

Papanași zijn een van de bekendste traditionele desserts uit Roemenië.

De gefrituurde variant is herkenbaar aan de ringvormige donut met een klein bolletje erbovenop. Vaak worden ze gemaakt van brânză de vaci, een verse, lichtzure kaas die vergelijkbaar is met goed uitgelekte kwark.

In Roemenië worden Papanași traditioneel geserveerd met smântână (zure room) en dulceață (vruchtenconfiture), vaak van zure kersen of bosvruchten.

Papanași

Keuken Roemeens
Voorbereidingstijd 20 minuten
Bereidingstijd 25 minuten
Totale tijd 45 minuten
Personen 6 personen
  • 500 gram goed uitgelekte kwark of ricotta
  • 2 eieren
  • 80 gram suiker
  • 1 zakje vanillesuiker of 1 tl vanille
  • rasp van 1 citroen
  • 250-300 gram bloem
  • 1 tl baking soda (zuiveringszout)
  • snuf zout
  • olie om te frituren
  • – bosbessen- kersen- of zwartebessenjam

Voor het serveren

  • 250 ml zure room of crème fraîche
  • bosbessen-, kersen- of zwartebessenjam

Laat de kaas goed uitlekken

  • Gebruik bij voorkeur stevige kwark, ricotta of een vergelijkbare verse kaas. Is de kaas erg vochtig, laat hem dan eerst 30–60 minuten uitlekken in een zeef of schone doek.
    Dit is belangrijk: hoe natter de kaas, hoe meer bloem je nodig hebt en hoe zwaarder de Papanași worden.

Maak het beslag

  • Doe de uitgelekte kaas in een grote kom.
  • Voeg toe:
    2 eieren, 80 gram suiker, vanille, citroenrasp, een snuf zout
    Meng alles met een vork of spatel tot een vrij glad mengsel.

Voeg de bloem toe

  • Meng de baking soda door 250 g bloem. Voeg de bloem beetje bij beetje toe aan het kaasmengsel. Meng eerst met een lepel en daarna kort met je handen.
    Het deeg hoort zacht en licht plakkerig te blijven, maar je moet er wel vormen van kunnen maken.
    Voeg alleen extra bloem toe als het deeg echt te nat is. Probeer niet automatisch alle 300 g bloem te gebruiken; te veel bloem maakt de Papanași droog en compact.

Laat het deeg kort rusten

  • Dek de kom af en laat het deeg ongeveer 10–15 minuten rusten. Daarna is het meestal iets makkelijker te vormen.

Verdeel het deeg

  • Bestuif je handen en werkblad heel licht met bloem.
    Verdeel het deeg in 6 grote porties.
    Neem van iedere portie een klein stukje af voor het bolletje bovenop. Je hebt nu: 6 grotere stukken voor de ringen en 6 kleine stukjes voor de bolletjes

Vorm de Papanași

  • Rol ieder groot stuk voorzichtig tot een ronde bal. Druk hem iets plat en maak met je vinger een gat in het midden. Maak het gat wat groter, zodat je een dikke ring krijgt. Tijdens het frituren zwelt het deeg nog op. Rol de kleine stukjes tot ronde bolletjes.

Verhit de olie

  • Verhit een ruime laag neutrale frituurolie tot ongeveer 170–175 °C.
    Heb je geen thermometer, test dan met een klein stukje deeg: het moet rustig beginnen te bruisen en naar boven komen, maar niet direct donker worden.

Frituren

  • Frituur de ringen – Laat de Papanași grote ringen voorzichtig in de hete olie zakken. Bak niet te veel tegelijk; ze hebben ruimte nodig.
    Frituur de grote ringen ongeveer 3–4 minuten per kant, tot ze rondom diep goudbruin zijn. Draai ze voorzichtig met een schuimspaan.
    Bak daarna de kleine bolletjes ongeveer 3–4 minuten totaal, terwijl je ze af en toe draait.
    Haal de Papanași met een schuimspaan uit de olie. Laat ze enkele minuten uitlekken op keukenpapier.

Bouw het dessert op

  • Leg per persoon een warme Papanași-ring op een bord. Schep er een flinke lepel zure room of crème fraîche over. Voeg daar royaal bosbessen-, kersen- of zwartebessenjam aan toe.
    Zet het kleine gefrituurde bolletje bovenop.
    Schep eventueel nog een klein beetje room en jam over het bolletje.

Het geheim van luchtige Papanași is om het deeg niet te lang te kneden en goed uitgelekte verse kaas te gebruiken. Het deeg mag licht kleverig blijven; voeg niet te veel bloem toe, anders worden de donuts zwaar.

Frituur ze op ongeveer 170–175 °C, zodat ze gelijkmatig goudbruin worden en vanbinnen gaar zijn. Serveer de Papanași direct, met een royale lepel koude zure room en een flinke schep lichtzure blauwe-bessenjam of kersenjam. Het contrast tussen de warme donuts, frisse room en zoete jam maakt dit Roemeense dessert zo bijzonder.

Heb jij dit recept gemaakt?

Geef het een beoordeling en deel je ervaring! Zo help je andere kookliefhebbers om nieuwe gerechten te ontdekken.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beoordeel dit recept